HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

 

Artikel 1 De geldigheid

1.   Het bovengenoemde reglement geldt voor:

      de krachtens hetzelfde reglement jaarlijks te houden huishoudelijke competities (hierna te noemen "de HC") van bovengenoemde schaak­vereniging (hierna te noemen "de schaak­vereniging");

      de voorbereidingen van de HC van de schaak­vereniging;

      de voorbereidingen van de wedstrijden van de Rotterdamse Schaak Bond (hierna te noemen "de RSB-C"). De feitelijke uitvoering van de wedstrijden van de RSB-C valt onder het huishoudelijke reglement van de RSB;

      de voorbereidingen van de wedstrijden van de Koninklijke Nederlandse Schaak Bond (hierna te noemen "de KNSB-C"). De feitelijke uitvoering van de wedstrijden van de KNSB-C valt onder het huishoudelijke reglement van de KNSB.

 

Artikel 2 De wedstrijdleiding

1.   De algemene leiding van de voorbereidingen en de feitelijke uitvoering van de HC berust bij de wedstrijdleider Intern. Hij is belast met de uitvoering en handhaving van dit reglement en het beslissen in alle hem voorgelegde geschillen alsmede onvoorziene gevallen, welke zich ter zake mogen voordoen.

2.   De algemene leiding van de voorbereidingen van de RSB-C/KNSB-C berust bij de wedstrijdleider Extern. Onder zijn verantwoordelijkheid valt ook het toezicht op de naleving van de bondsreglementen tijdens de RSB-C/KNSB-C.

3.   De wedstrijdleider Intern kan het in artikel 2.1 bepaalde ten aanzien van bepaalde taken delegeren aan groeps­leiders.

4.   De wedstrijdleider Extern kan het in artikel 2.2 bepaalde ten aanzien van bepaalde taken delegeren aan teamleiders, voor elk team (minimaal) één, uitsluitend voor het aan hem toegewezen team.

5.   Bij ontstentenis van de groepsleider wordt zijn functie waargenomen door de wedstrijdleider Intern, dan wel door een door hem aangewezen plaatsvervanger.

6.   Bij ontstentenis van de teamleider wordt zijn functie waargenomen door de wedstrijdleider Extern, dan wel een door hem aangewezen plaatsvervanger.

7.   Bij ontstentenis van één of beide wedstrijdleiders wordt/worden zijn/hun functie(s) waargenomen door (een) door het bestuur van de schaakvereniging (hierna te noemen "het bestuur") aan te wijzen plaatsvervanger(s).

 

Artikel 3 Het beroep

1.   Tegen een door een groepsleider genomen beslissing staat voor de belanghebbende(n) beroep open bij de wedstrijdleider Intern.

2.   Een beroep volgens artikel 3.1 moet direct na de uitspraak van de groepsleider worden gedaan en ter plaatse in het bijzijn van alle betrokkenen worden afgehandeld.

3.   Tegen een door een teamleider genomen beslissing staat voor de belanghebbende(n) beroep open bij de wedstrijdleider Extern.

4.   Een beroep volgens artikel 3.3 moet direct na de uitspraak van de teamleider worden gedaan en ter plaatse in het bijzijn van alle betrokkenen worden afgehandeld.

5.   Tegen een door de wedstrijdleider Intern genomen beslissing staat voor de belanghebbende(n) beroep open bij het bestuur.

6.   Tegen een door de wedstrijdleider Extern genomen beslissing staat voor de belanghebbende(n) beroep open bij het bestuur.

7.   Een beroep volgens de artikelen 3.5 of 3.6 moet schriftelijk, met redenen omkleed binnen vijftien dagen, nadat de beslissing is medegedeeld, worden ingediend bij de secretaris van de schaakvereniging, onder gelijktijdige verzending van een afschrift aan alle bij het beroep betrokkenen.

8.   Binnen één maand na de indiening van het beroepschrift neemt het bestuur hierover een beslissing. Gelijktijdig wordt een afschrift van deze beslissing toegezonden aan alle bij het beroep be­trokkenen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

 

 

HOOFDSTUK 2 ORGANISATIE HC

 

Artikel 4 Het speelseizoen

1.   Het speelseizoen bestaat respectievelijk uit een najaars- en een voorjaarscyclus. Aanvang- en einddata van deze competities worden door het bestuur bepaald.

2.   Aansluitend aan de voorjaarscyclus start de zomercompetitie, waarbij alle leden van de schaak­vereniging en eventuele niet-leden kunnen deelnemen.

 

Artikel 5 De toelating

Het deelnemen aan de HC staat open voor:

alle leden van de schaakvereniging die zich voor aanvang van de desbetreffende competitie hiervoor hebben opgegeven;

aspirantleden, aan wie het bestuur toestaat voor de duur van drie speelavonden vrij­blijvend mee te spelen.

Aspirantleden zijn als zodanig uitgesloten van gesloten competities.

 

Artikel 6 De grondslag voor de groepsvorming

1.   De indeling van de spelers in groepen vindt plaats aan de hand van de eindstand van de voorafgaande competitie, met inachtneming van hetgeen in de artikelen 11 en 12 ten aanzien van promotie en degradatie is bepaald.

2.   Met betrekking tot een lid dat direct voorafgaand aan de nieuwe cyclus niet heeft deelgenomen aan de interne competitie bepaalt het bestuur in welke groep het desbetreffende lid geplaatst wordt.

 

Artikel 7 De groepsvorming

(vervallen)

 

Artikel 8 Het speelsysteem

1.   Indien binnen een groepscompetitie een gehele of halve competitie wordt gespeeld, wordt volgens een door de FIDE vastgestelde paringstabel gespeeld.

2.   De wedstrijdleider Intern doet vóór de ALV een voorstel aan het bestuur over het competitiesysteem van het nieuwe seizoen met inbegrip van de wijze van bepalen van de verenigingskampioen. Het bestuur legt zijn besluit hierover ter goedkeuring voor aan de ALV. Als geen goedkeuring wordt gegeven, kan de ALV zelf een hierover een besluit nemen. 

 

Artikel 9 De ronde-indeling

1.   De wedstrijdleider Intern bepaalt rekening houdend met bondswedstrijden en eventuele andere evenementen wanneer welke partijen gespeeld worden.

2.   Is een speler afwezig zonder zich afgemeld te hebben, dan heeft dit in principe een nul tot gevolg.

3.   Iedere speler heeft gedurende een competitie het recht zich 3 avonden af te melden, zonder dat dit een nul tot gevolg heeft.

4.   Is een speler 3 avonden afwezig geweest dan leidt iedere volgende afwezigheid in principe tot een nul.

5.   In voorkomende gevallen kan het bestuur het een deelnemer aan de HC toestaan deel te nemen aan door de KNSB dan wel door de RSB georganiseerde evenementen zonder dat deze avonden in mindering worden gebracht op de 3 afzegavonden die per deelnemer per competitie beschikbaar zijn. Dit geldt in ieder geval indien een speler deelneemt aan een RSB-C/KNSB-C-wedstrijd voor de schaakvereniging. In het geval dat een deelnemer aan de HC op zaterdag een bondswedstrijd heeft, heeft hij het recht zich voor de daaraan voorafgaande vrijdagavond af te melden, mits het een uitwedstrijd betreft, zonder dat deze avond in mindering wordt gebracht op de 3 afzegavonden die per deelnemer per competitie be­schikbaar zijn.

 

Artikel 10 De eindstand

§ 10.1      De eindstand in een groep die een hele of een halve competitie speelt.

1.   De eindstand in een groep, die een hele of een halve competitie speelt, wordt bepaald door het aantal behaalde punten in de desbetreffende competitie onder uitsluiting van de resultaten behaald op leden die de competitie voortijdig hebben verlaten, mits deze leden minder dan de helft van hun reguliere aantal partijen hebben gespeeld. Indien de behaalde punten uit de najaarscyclus worden meegenomen naar de voorjaarscyclus, dan worden deze in de eindstand van de voorjaarscyclus meegeteld.

2.   Indien twee of meer spelers hetzelfde aantal punten hebben behaald, dan is het onderlinge resultaat van de tussen de des­betreffende spelers gespeelde partij(en) in de betreffende cyclus bepalend.

3.   Indien de uitkomsten van artikel 10.2 gelijk zijn en de behaalde punten uit de najaarscyclus worden meegenomen naar de voorjaarscyclus, dan is het aantal behaalde punten in de voorjaarscyclus bepalend.

4.   Indien de uitkomsten van artikel 10.3 gelijk zijn, wordt hun eindklassering bepaald volgens het Sonnenborn Berger-systeem berekend op basis van alle partijen in de betreffende cyclus.

5.   Indien de uitkomsten van artikel 10.4 gelijk zijn, en indien het gaat om promotie, degradatie of kampioenschap, dan wordt een beslissingsmatch gespeeld, waarbij de des-betreffende spelers elkaar (elk) 2 keer ontmoeten. Eindigt deze match gelijk, dan beslist loting.

 

§ 10.2      De eindstand in een groep die een een competitie volgens het Zwitsers of een daarop gelijkend systeem speelt.

6.   De eindstand in een groep, die een competitie speelt volgens het Zwitsers of een daarop gelijkend systeem, wordt bepaald door het aantal behaalde punten in de desbetreffende competitie.

7.   Indien twee of meer spelers hetzelfde aantal punten hebben behaald, wordt hun eindklassering bepaald volgens het Weerstandspunten-systeem.

8.   Indien de uitkomsten van artikel 10.7 gelijk zijn, wordt hun eindklassering bepaald volgens het Sonnenborn Berger-systeem.

9.   Indien de uitkomsten van artikel 10.8 gelijk zijn, dan is het onderlinge resultaat van de tussen de des­betreffende spelers gespeelde partij(en) bepalend.

10. Indien de uitkomsten van artikel 10.9 gelijk zijn, en indien het gaat om promotie, degradatie of kampioenschap, dan wordt een beslissingsmatch gespeeld, waarbij de des-betreffende spelers elkaar (elk) 2 keer ontmoeten. Eindigt deze match gelijk, dan beslist loting.

11. De wedstrijdleider-HC is bevoegd van bepalingen van dit artikel af te wijken, indien hij dienaangaande het bepaalde in artikel 8.2 in acht neemt.

 

Artikel 11 De formele promotie en degradatie

1.   Promotie en degradatie geschieden automatisch.

2.   Promotie en degradatie geschieden in overeenstemming met hetgeen de wedstrijdleider overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.2 heeft bepaald.

 

Artikel 12 De bijzondere promotie en degradatie

1.     1.     Indien een groep wegens uitvallers uit minder dan het gewenste aantal spelers zou gaan bestaan, dan worden de openvallende plaatsen alsvolgt opgevuld:

§          1e uitvaller                1e extra promotie

§          2e uitvaller                1e degradatie minder

§          3e uitvaller                2e extra promotie

§          4e uitvaller                2e degradatie minder.

2.   Indien een groep ingevolge artikel 6 uit meer dan het gewenste aantal spelers bestaat vindt, indien nodig, ver­sterkte degradatie plaats teneinde de groepsgrootte weer op het gewenste peil te brengen.

3.   Voor de promoties volgens artikel 12.1 komen de hoogst geplaatsten volgens de eindstand, vastgesteld volgens artikel 10, na de formele promoties in aanmerking.

 

Artikel 13 Groepskampioenschappen en prijzen

1.   De groepskampioenen worden middels artikel 10 aan­gewezen.

2.   De verenigingskampioen krijgt voor de duur van één seizoen de titel "Kampioen van RSR Ivoren Toren", het bezit van de daaraan verbonden wisselbeker (waarin de naam van de kampioen en het jaartal zijn gegraveerd), het recht om aan het eerste bord van het eerste team plaats te nemen en een eervolle vermelding in "De Schakelaar".

3.   Het prijzenschema voor het nieuwe seizoen wordt door de wedstrijdleider Intern voor de aanvang van het nieuwe seizoen bepaald en bekend gemaakt.

 

 

HOOFDSTUK 3 ORGANISATIE RSB-C/KNSB-C

 

Artikel 14 Teamvorming

1.   Elk team voor de RSB-C/KNSB-C wordt in beginsel samengesteld op basis van de eindstanden van zowel de interne en als externe competities. Voor nieuwe leden wordt in beginsel zijn/haar rating als uitgangspunt genomen. De wedstrijdleider Extern legt vervolgens, nadat hij aan het eind van het seizoen de teamleiders om hun zienswijze daarop heeft gevraagd, het voorstel voor aan het bestuur. Het bestuur legt zijn besluit hierover ter goedkeuring voor aan de ALV.

2.   Ook spelers die tijdelijk, zij het niet langer dan twee achtereenvolgende seizoenen, niet in de HC meespelen, kunnen in de bondsteams worden opgesteld. Spelers die langer dan twee achtereenvolgende seizoenen niet in de HC meespelen kunnen geen rechten ontlenen aan lid 1.

 

 

HOOFDSTUK 4 DE WEDSTRIJD

 

Artikel 15 De spelregels

1.   Er wordt gespeeld volgens de Regels voor het Schaakspel vastgesteld door de Wereldschaakbond (FIDE) in de officiële Nederlandse vertaling, uitgegeven door de KNSB, laatste uitgave (hierna te noemen "de Regels"), voor zover in dit reglement niet anders is bepaald.

2.   De beslissingen, welke de Wereldschaakbond ten aanzien van de interpretatie van de Regels neemt, zijn bij de HC-wedstrijden pas van kracht, nadat zij vanwege de KNSB door publikatie in een officieel orgaan (bijvoorbeeld Schaakmagazine) in Nederland bekend zijn gemaakt.

 

Artikel 16 De verplichtingen van de wedstrijdleiding

1.   De wedstrijdleider Intern mag deelnemen aan de HC, doch zijn verplichtingen als wedstrijdleider hebben voorrang boven die als speler. Groepsleiders moeten hem steeds kunnen raadplegen.

2.   Een groepsleider mag deelnemen aan de HC, doch zijn verplichtingen als groepsleider hebben voorrang boven die als speler. De groepsleden dienen hun eventuele problemen steeds te kunnen voorleggen aan hun groeps­leider.

3.   De wedstrijdleider Extern mag deelnemen aan de HC, doch zijn verplichtingen als wedstrijdleider hebben voorrang boven die als speler. De teamleiders moeten hem steeds kunnen raadplegen.

4.   Een teamleider mag deelnemen aan de HC, doch zijn verplichtingen als teamleider hebben voorrang boven die als speler. De teamleden dienen hun eventuele problemen steeds te kunnen voorleggen aan hun teamleider.

5.   Tegenstanders van de personen genoemd in lid 1 tot en met 4 dienen binnen redelijke grenzen rekening te houden met eventuele de partij onderbrekende of voor de partij aan te vangen werkzaamheden.

 

Artikel 17 Het aanvangsuur van de partij

1.   Het aanvangsuur is 20.15 uur.

2.   Leden die om dringende redenen (dit ter beoordeling van de groepsleider) pas later kunnen aanvangen, dienen dit voorafgaand aan het aanvangsuur van de des­betreffende partij aan de wedstrijdleider Intern mede te delen. Indien de wedstrijdleider Intern dit toestaat, vangt de partij aan op het door de speler verzochte uur.

3.   De tijd die een speler te laat komt, mag steeds op zijn bedenktijd in mindering worden gebracht. In onderling overleg en voor zover dit het sluitingstijdstip van de speelzaal niet frustreert mag hiervan worden afgeweken. In het geval beide spelers te laat komen, moet de wedstrijdleider Intern zodra één van hen arriveert, de blijkens de klok van de aan zet zijnde speler op dat moment verstreken tijd gelijkelijk op beide spelers in mindering brengen.

 

Artikel 18 Speeltempo en speelduur

1.   Het speeltempo per persoon bedraagt 35 zetten in 1 1/2 uur. Na de tijdcontrole bij de 35e zet van zwart dienen de klokken van beide spelers drie kwartier te worden doorgedraaid, waarna de partij in de resterende speeltijd moet worden beëindigd.

2.   Een speler verliest door tijdsoverschrijding als hij er niet in slaagt 35 zetten voltooid te hebben in de voor hem beschikbaar gestelde 1 1/2 uur. Hij verliest ook, als hij er niet in slaagt al zijn zetten voltooid te hebben in de voor hem beschikbaar gestelde 1 3/4 uur.

3.   Het afgaan van een mobiele telefoon leidt niet tot verlies van de partij. De betreffende speler krijgt een waarscuwing en dient zijn telefoon uit te schakelen.

4.   In een partij met een jeugdspeler dan wel met een visueel gehandicapte worden speeltempo en speelduur in onderling overleg tussen de desbetreffende jeugdspeler dan wel de desbetreffende visueel gehandicapte, diens tegenstander en de wedstrijdleider bepaald. Dit overigens onder de restrictie dat in een partij met een jeugdspeler speeltempo en speelduur niet zodanig mogen worden bepaald dat afgebroken kan worden (tenzij de desbetreffende jeugdspeler tegen een visueel gehandicapte speelt).

 

Artikel 19 Te laat komen

(vervallen; zie artikel 17, derde lid)

 

Aldus vastgesteld op de algemene ledenvergadering d.d. 14 september 1990 en laatstelijk gewijzigd op de algemene ledenvergadering d.d. 12 september 2008.